Alle jongeren mediawijs!

Onder dat motto wil de Leuvense vzw Link aan de Kabel de digitale kloof bij kansarme jongeren verkleinen. Charlotte Schreuer werkt al enkele jaren als enthousiaste Mediacoach bij de vzw en vertelt ons alles over haar job, ervaringen en uitdagingen voor de toekomst.
 
Wat doet Link in de Kabel precies?
 
Link in de Kabel is een non-profitorganisatie die de digitale kloof bij kwetsbare doelgroepen wil verkleinen. Onder deze kwetsbare doelgroepen verstaan we zowel jongeren of kinderen die in armoede leven, alsook anderstalige nieuwkomers en jongeren uit de bijzondere jeugdzorg of het bijzonder onderwijs. Het zijn kinderen en jongeren die volgens ons – zeker als het op digitaal vlak aankomt – een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Enerzijds gaan we, vooral preventief, met hen aan de slag. Anderzijds kunnen ze bij ons ook terecht met al hun digitale vragen. We organiseren tal van activiteiten zodat ze inzien dat je leuke dingen kan doen met digitale media. Het is tevens een manier om hen te laten zien wie we zijn en hoe we hen kunnen ondersteunen. 
 
 
En jouw rol binnen de organisatie? 
 
Ik ben Mediacoach en mijn rol is om, op maat van de kinderen en jongeren uit onze doelgroepen, ideeën te bedenken en uit te voeren. We doen heel veel ter plaatse en komen daardoor in verscheidene wijken, leefgroepen en buurten waar we plezierige activiteiten uitwerken die een link hebben met digitale media.
 
 
                      Charlotte Schreuer
 
Iedere job heeft leuke en minder leuke kanten. Wat vind je het leukste aan je job?
 
Het leukste aan mijn job is ongetwijfeld het enthousiasme van de kinderen en jongeren. Daar doe je het voor! De digitale leefwereld is ook echt hún leefwereld en daar kan je zo veel toffe dingen mee doen. Je merkt dat je écht iets voor hen kan betekenen. We werken bovendien met veel verschillende groepen, dus aan afwisseling is er alvast geen gebrek.
 
En minder leuke aspecten?
 

Wel, je bent met digitale media en activiteiten bezig en dan stuit je soms wel eens op technische beslommeringen: al het materiaal moet opgeladen worden, er moet wifi-verbinding zijn, etc. Het is een belangrijk onderdeel waarmee je altijd wel rekening moet houden. Daarnaast evolueert het digitale enorm snel. Dat is wel leuk, maar betekent ook dat je ‘mee moet zijn’ en moet blijven vernieuwen. 

 
Is er iets specifieks waar je heel trots op bent?
 
Wat we doen en waar we voor staan bij Link in de Kabel maakt me op zich al heel trots. Het is een unieke organisatie die al veel betekenisvolle projecten heeft gerealiseerd zoals de Digitale Leesclub, Digital Storytelling of de leerrijke tabletcoachings. Het zijn één voor één laagdrempelige pojecten die hun vruchten hebben afgeworpen. Uit ervaring merken we dat jongeren echt openstaan om vragen te beantwoorden of met iets digitaal aan de slag te gaan. Digitale media op een positieve manier brengen aan jongeren, dat vind ik belangrijk en daar ben ik trots op
 
Met kansarme jongeren werken, dat lijkt me geen makkelijke doelgroep…
 
Nee, dat klopt. Het is heel belangrijk om zo laagdrempelig mogelijk te werken door ze bijvoorbeeld niet naar jou te laten komen voor een activiteit, maar naar hen toe te gaan. Het is een enorme meerwaarde als je een vertrouwensband kan creëren en ze weten dat ze met al hun digitale vragen bij jou terecht kunnen. Een mogelijke valkuil is dat je hen als hulpverlener soms te veel wilt helpen door het voor hen te doen. Het is belangrijk het mét hen te doen. Alleen zo kunnen ze zelf uitproberen en leren uit hun fouten. Oh, en nog een goede tip om frustraties te vermijden: gebruik geen ‘afgedankt’ ICT-materiaal. Dat werkt tergend traag en is vaak moeilijker.
 
Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor Link in de Kabel en e-inclusie in het algemeen? 
 
Een van de grootste uitdagingen is dat we niet alleen kinderen en jongeren moeten bereiken om e-inclusie tegen te gaan, maar ook andere doelgroepen. Zo zou er in de lagere school al meer aandacht moeten zijn voor digitale thema’s en mediawijsheid. Ook binnen organisaties die met kinderen en jongeren werken, zoals kinderwerkingen en leefgroepen, zou de aanwezigheid van een ‘mediacoach’ geen overbodige luxe zijn. In de praktijk is dat echter niet eenvoudig, omwille van een tijdtekort of een gebrek aan kennis. Een andere doelgroep zijn de beleidsinstanties. We moeten bij hen de digitale kloof in de kijker blijven zetten, zodat zij de nodige middelen vrijmaken om een e-inclusiebeleid te garanderen. Ten slotte willen we in de toekomst ook ouders bereiken. Ook zij zijn een belangrijke doelgroep in de strijd tegen e-inclusie. Een andere, continuë uitdaging is om in het snel evoluerende digitale landschap, steeds up to date te blijven.
 
 
Gaat het de goede kant op met het dichten van de digitale kloof of is er nog veel werk aan de winkel?
 
De digitale kloof bij kwetsbare groepen is niet weg, maar wel verschoven. Waar vroeger vooral sprake was van een materiële kloof, zien we momenteel een kloof op gebied van know how: hoe werk je ermee, hoe ga je ermee om of wat zijn de valkuilen van internet en sociale media? Wel merken we dat steeds meer en meer organisaties beseffen hoe belangrijk dit is en ermee aan de slag gaan. Het gaat zeker de goede richting uit, maar er blijft toch nog wat werk aan de winkel.
 
Vinden kansarme jongeren het voor zichzelf belangrijk om aan hun digitale geletterdheid te werken?
 
Ja, zeker wel! Ook voor jongeren in kansarmoede betekent hun smartphone of sociale media heel veel. Ze zijn er dan ook vaak mee bezig. Jongeren hebben zeker voldoende toegang tot die technologie. Het is misschien een ‘raar’ fenomeen, maar we zien dat de meerderheid van deze jongeren een smartphone bezit en er belang aan hecht. Dat vind ik alvast een positieve evolutie!