Digitale Kloof

De digitale kloof duidt op het verschil tussen mensen die in staat zijn gebruik te maken van digitale media en zij die dat niet zijn. Het is een sociaal fenomeen dat kenmerkend is voor onze huidige maatschappij die geheel doordrongen is van het gebruik van multimedia in al zijn vormen. Multimedia omvat het gebruik van onder meer computer, softwaretoepassingen zoals word, excell, powerpoint, ... gsm, internet, games en web 2.0 (dit zijn sociale online netwerkplatforms zoals netlog en facebook).

 

Digitale kloof 1e graad

De digitale kloof is een sociaal-cultureel fenomeen dat opgedeeld wordt in twee graden [1].

De digitale kloof van de eerste graad betreft de toegang tot multimedia. Dit betekent het materiële bezit van en/of democratische toegang tot een computer, softwaretoepassingen en internet. Voor de digitale kloof van de eerste graad is de laatste tijd steeds meer aandacht. Niettegenstaande de grote vorderingen die op dit gebied reeds gemaakt zijn, hebben kansarmen op dit vlak nog steeds nood aan speciale aandacht. Voor hen is het bezit van een computer of toegang tot het internet nog steeds niet vanzelfsprekend. De computers zijn vaak van slechte kwaliteit of de aankoop ervan vergt dure afbetalingen die hun budget eigenlijk te boven gaan. Omdat steeds meer aspecten in onze maatschappij gedigitaliseerd worden, krijgt deze groep het steeds moeilijker. De digitale kloof van de eerste graad wordt met andere woorden kleiner, maar steeds dieper.

 

Digitale kloof 2e graad

De digitale kloof van de tweede graad is de mogelijkheid om te kunnen ‘omgaan’ met multimedia. Infrastructuur is immers niet voldoende om met multimedia aan de slag te kunnen. Men moet met deze media kunnen omgaan, zowel op cognitief als sociaal-cultureel vlak. Het gebruik van multimedia brengt massa’s mogelijkheden en uitdagingen met zich mee en niet iedereen is in staat om tussen de bomen het bos te zien.

In plaats van te spreken over ‘dé' digitale kloof, brengen multimedia in een maatschappelijke context verschillende ongelijkheden met zich mee, waardoor verschillende ‘digitale kloven’ ontstaan. Ook deze vaardigheidsongelijkheden op digitaal vlak vertonen een sterke correlatie met de sociaal-economisch zwakkere bevolkingsgroepen. Dit heeft te maken met het gebrek aan een stimulerende omgeving door een laag opleidings- en tewerkstellingsniveau. Begeleiding om digitale vaardigheden te ontwikkelen is onontbeerlijk.

 

Verschillende soorten vaardigheden

Onder 'omgaan met multimedia' verstaan we niet alleen knoppenkennis of instrumentele vaardigheden. Er is ook nood aan structurele vaardigheden of informatievaardigheden, nl. het omgaan met (online) informatie: zoeken, selecteren, begrijpen, evalueren en verwerken. Kansengroepen die zich op het internet begeven moeten kunnen oordelen of de informatie die ze vinden objectief en niet-persuasief is. Ze moeten eveneens een inzicht hebben in de gevolgen van het bekendmaken van (privé)gegevens via het internet.  Tenslotte zijn er nog de strategische vaardigheden die het mogelijk maken om de informatie op een proactieve manier te implementeren in het eigen leven.

 

Rol van de overheid

De overheid moet daarom niet enkel oog hebben voor het aanbieden van infrastructuur - hoewel men een degelijke materiële omkadering niet uit het oog mag verliezen - maar ook vorming en begeleiding voorzien en stimuleren. Deze vormingen en begeleiding mogen zich niet enkele verliezen in een technische omkadering, maar ook inspelen op de informatievaardigheden en strategische vaardigheden, opdat multimedia een verrijking van het dagelijkse leven zou betekenen voor sociaal-cultureel zwakkere personen. Mits een degelijke begeleiding kan multimedia kansengroepen, zoals senioren, kansarmen, immigranten, gehandicapten…, net in staat stellen om hun isolement te doorbreken en hun maatschappelijke participatie te verhogen.

 

Digitale inclusie

Naarmate de digitale samenleving evolueert, wordt duidelijk dat er nood is een nieuwe terminologie. Het onderzoeksrapport 'Digitale kloof tweede graad in Vlaanderen', dat in 2010 in opdracht van het IST opgesteld werd door SMIT, suggereert de term 'digitale inclusie' om uiting te geven aan de veelheid aan digitale kloven waar we tegenwoordig mee te maken krijgen. De positieve connotatie van de term 'digitale inlcusie' geeft aan dat het niet louter gaat om mechanismen van uitsluiting maar ook om mechanismen van insluiting of inclusie.

Klik hier voor meer informatie over het onderzoek van het IST naar de digitale kloof van de 2e graad in Vlaanderen.

 

[1] Deze opdeling in ‘graden’ wordt gemaakt in de studie van Gérard Valenduc en Périne Brotcorne (FTU Namen): 'Ontwikkeling van digitale vaardigheden en verkleining van ongelijkheden. Een verkenning van de digitale kloof van de tweede graad'



| Meer